Gekoelde Blikken

Gekoelde Blikken

Wat kan hier je verwachten?

In de media vallen me soms dingen op over fotografie (Categorie - zie links: "Foto's in de media"); het levensverhaal van mijn schoonvader ("Maurits Van Neck drijft zijn zaken op" - categorie: "Maurits Van Neck") had hier een plaatsje en wordt nu in afleveringen gepresenteerd evenals mijn bevindingen die ik over het "Boekske" (1770) van de H. Barbara bijeensprokkelde (categorie: H. Barbara").
Samengevat met een flinke knipoog tot "Gekoelde blikken".

Het Spinhuis te Gijzegem (5)

H. BarbaraGeplaatst door Bert Deruyck 28 jan, 2013 21:14:00

15 jaar was ze toen overgrootmoeder Adelia De Rijbel in 1833 het Barbaraboekje “won” als “alderbest” in het Spinhuis van Gijzegem. Het Spinhuis in de Dorpstraat van Gijzegem was op 21 januari van haar geboortejaar 1818 geopend met vier leerlingen. Het oprichten van deze school was een initiatief van gravin de Rabiano, echtgenote van baron Lecandèle, Heer van Gijzegem. Het was een familie van zijdehandelaren die reeds generaties behoorde tot de Ant­werpse adel. De armoede en het gebrek aan ontwikkeling van de kinderen uit de volksklasse trok hun aandacht. Ze wilden aan die toestand verhelpen. De plaatselijke bevolking noemde de gravin “de goede Mevrouw”. De Gentse bisschop Mgr. de Broglie had haar gesuggereerd een school voor arme kinderen te begin­nen, nadat haar pogingen een hospitaal en een tehuis voor ouden-van-dagen op te richten waren mislukt.

Op vraag van gravin de Croix van Dadizele, een vriendin van gravin de Rabiano, stuurde de overste van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Bunderen te Moorslede zuster Barbara Cool en haar leerlinge Sophie Engels naar Gijzegem. Samen met Marie Vermassen uit Smetlede, een dienst­meisje van de barones, begonnen ze in 1818 met de spinschool. Uit deze kern ont­stond ook een religieuze gemeenschap. Op 14 december 1819 legden de eerste 3 zusters de geloften af. Eind 1820 waren er reeds 18 zusters en in 1823 al 45. De snel groeiende religieuze gemeenschap noemde zich de zusters van Sint-Vincentius a Paulo, “dienstmaagden der armen”. In 1833 waren er twee afdelingen: één voor de armen en één voor betalende leerlin­gen: de “pensionaires”. Welke afdeling overgrootmoeder Adèle volgde, is niet bekend. Wellicht die voor de armen want de gekende beroepen van haar vader waren dagloner, wever en landbouwer. Hij had ook een kroostrijk gezin. Het is evenmin bekend hoe lang Adèle naar de spinschool is geweest.

  • Reacties(0)//www.bertderuyck.be/#post9